Welke complicaties kunnen optreden na het opvullen van een temporale-frontale depressie?
Encyclopedic
PRE
NEXT
Ingevallen slapen worden vaak waargenomen bij personen met een smal voorhoofd en prominente jukbeenderen, vaak omschreven als een "walnootvormig gezicht". Traditioneel legt de Chinese cultuur veel nadruk op volheid in het slaapgebied voor esthetische aantrekkingskracht. Gelukkig bieden slaapvergrotingsprocedures nu een oplossing, waardoor dergelijke kenmerken worden omgevormd tot een meer universeel bewonderd, verfijnd gezichtsprofiel.Niettemin moeten personen die deze ingreep overwegen, zich bewust zijn van mogelijke postoperatieve complicaties. Personen met een slank postuur vertonen vaak holtes in de slapen (temporale holtes) als gevolg van onvoldoende onderhuids vet, terwijl anderen deze eigenschap kunnen erven. Dit beïnvloedt de bovenste gezichtscontouren, waardoor de indruk ontstaat van een groot hoofd met een klein gezicht, of waardoor hoge jukbeenderen worden geaccentueerd.Een minder dan vol voorhoofd wordt in de Chinese esthetica niet als een ideaal kenmerk beschouwd, waardoor steeds meer mensen een temporale augmentatieprocedure laten uitvoeren.
Volgens maxillofaciale plastisch chirurgen omvat temporale augmentatie het implanteren van materialen zoals vaste siliconen of geëxpandeerd polytetrafluorethyleen (ePTFE) om de slapen te verhogen. Deze ingreep herstelt het volume van ingevallen slapen, waardoor een natuurlijker en harmonieuzer bovenste gezichtscontour ontstaat en de esthetiek van het gezicht wordt verbeterd.Hoewel de ingreep eenvoudig uit te voeren is, kunnen er complicaties optreden als gevolg van onvoldoende planning, chirurgische fouten of problemen met het implantaatmateriaal.
(1) Hematoom: De vorming van een hematoom is uitsluitend toe te schrijven aan chirurgische fouten, zoals onvoldoende dissectie van de temporale lagen, letsel aan oppervlakkige temporale bloedvaten zonder grondige hemostase, of beschadiging van de galea aponeurotica met daaropvolgende hoofdhuidbloeding als gevolg van het niet hechten.
(2) Zenuwletsel: treedt voornamelijk op bij het dissecteren van de implantaatzak, hetzij als gevolg van onduidelijke anatomische oriëntatiepunten, hetzij als gevolg van blind dissecteren, wat leidt tot beschadiging van de temporale tak van de gezichtszenuw. In zeldzame gevallen is het het gevolg van ruwe chirurgische manipulatie die de zenuw beschadigt.
(3) Implantaatprojectie op het huidoppervlak: Projectie na implantatie of een getrapt uiterlijk op het huidoppervlak is voornamelijk het gevolg van een ontoereikend preoperatief ontwerp van het siliconenimplantaat, waarbij een te groot gevormd model niet volledig aansluit op de temporale depressie. Het kan ook het gevolg zijn van een te oppervlakkige plaatsing van het implantaat.
PRE
NEXT